Beleidsnota spoorwegen: meer van hetzelfde, grondige hervormingen in diepvries

Door Tomas Roggeman op 14 november 2020, over deze onderwerpen: NMBS

De beleidsverklaring van minister van Mobiliteit Gilkinet blinkt uit in vaagheid, behalve als het gaat over het verminderen van de bedrijfsefficiëntie en het ontwijken van noodzakelijke structurele hervormingen. De voorbereiding van de verplichte invoering van concurrentie, de grootste spoorhervorming in honderd jaar, wordt bevroren. Dat zegt N-VA-kamerlid Tomas Roggeman. “Ambitie betekent iets anders dan geld uitgeven. Minister Gilkinet plant op korte termijn een cadeautjespolitiek, ten koste van hervormingen die op langere termijn de toekomst van het spoor veiligstellen”.

De beleidsnota van minister Gilkinet over de toekomst van het spoor lijkt de spoorhemel op aarde te beloven: men wil op korte termijn alles verbeteren op alle vlakken en dat overal tegelijk. De vorige ceo van Infrabel trok al aan de alarmbel trok over massale geldverspilling binnen spoorwezen, met name voor de bediening van kleine Waalse stations die amper reizigers tellen (“Persoonlijk ken ik geen beter voorbeeld van verspilling van overheidsgeld”). Toch wil minister Gilkinet geen keuzes maken en het aanbod overal opdrijven, gepaard met een mogelijke prijsverhoging.

De vervoersbehoeften van het publiek zijn in deze plannen irrelevant. Het spoorbeleid gaat op geen enkele manier uit van de vervoersbehoeften: men wil het aanbod vergroten ter wille van het aanbod. Het valt op dat de beleidsverklaring vertrekt vanuit de noodzaak aan publieke tewerkstelling. Dit is zorgwekkend: we keren terug naar het spoorbeleid van de jaren ’80, toen het spoorwezen misbruikten als tewerkstellingsmachines, ten koste van de werking van het bedrijf zelf.

Hervormingen op heel lange baan

Noodzakelijke fundamentele hervormingen van het spoorwezen komen er niet. De hervorming van het spooraanbod naar een op Zwitserland geïnspireerd gecadanceerd model met spoorpunten, zoals spoorexperten en een breed middenveld al jaren vragen, wordt vooruit geschoven naar een beleidshorizon 2040. Blijkbaar wil men hier eerst 20 jaar op studeren. Men voorziet een eventuele uitrol niet minder dan vier legislaturen in de toekomst. Dat is lang genoeg om er vijf opeenvolgende doctoraten over te schrijven.

Concurrentie bevroren: garantie op toekomstige chaos

Ronduit zorgwekkend is dat minister Gilkinet ook de noodzakelijke voorbereidingen tot invoering van concurrentie in het spoorvervoer in de diepvries stopt. Volgens Europese richtlijnen moet het binnenlands personenvervoer over het spoor vrijgemaakt worden, na de succesvolle liberaliseringen van het internationaal vervoer en het goederenvervoer. Dat minister Gilkinet gebruikt maakt van de optie om de deadline 2023 met tien jaar uit te stellen is enigszins begrijpelijk, maar zijn weigering om tegelijk deze hervorming voor te bereiden is volslagen onverantwoord.

De vrijmaking van de markt wordt de grootste en meest ingrijpende spoorhervorming sinds de oprichting van de NMBS in 1926. Zoiets organiseer je niet in een enkele legislatuur. Toch zet de minister hiervoor geen voorbereidende stappen. Integendeel, de zeer schaarse ambities uit het regeerakkoord op dit punt werden zelfs nog afgezwakt: in de regeerverklaring klonk het nog dat er pilootprojecten met tendering zullen komen. In de beleidsverklaring wordt dit nu verzwakt tot een optionele mogelijkheid. Buiten een studie over liberaliseringen in het buitenland, bevat de beleidsverklaring geen enkel engagement ten aanzien van de voorbereiding van de liberalisering.

Minister Gilkinnet wil op korte termijn een cadeautjespolitiek voeren, ten koste van hervormingen die op langere termijn de toekomst van het spoor veiligstellen. Door te weigeren om voor 2025 te starten met de voorbereidingen van de concurrentie, tekent de minister voor chaos in de toekomst.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is